|
In Flanders Fields 26 juni 2011
Hoe ziet de lucht er uit, hebben de weermannen gelijk? Ze hebben gelijk want ze voorspellen zeer mooi weer, het is alleszins droog en nog mistig, maar dan krijgen we meestal goed weer.
Het is vroeg, want we gaan op tijd vertrekken, willen we de dag doorgeraken. Yper is ook niet bij de deur en dan willen we nog enkele zaken bekijken.
Je kan ze weer niet voor zijn, maar Staf en de bompa zijn alweer goed op tijd, zou dat komen omdat die mannen in de bouw staan en altijd vroeg moeten beginnen?
Ons vrouwen gaan ook mee, ik denk dat dit is omdat we naar de zee gaan, deze heeft altijd een aantrekkingskracht, ik moet zeggen dat ik daar ook wel eens graag kom, maar niet voor te lang. Maar ik eet graag vis en alles wat uit de zee komt, garnalen, inkvis, enz. En Grietje heeft mij beloofd dat wij straks bij hun op het appartement vis en lekkers gaan eten uit de zee, dus dat belooft…
We vertrekken, het is 8u. want we hebben afgesproken met de rest op de autobaan in Ranst.
Fons, Patrick en Bart kwamen naar daar, bij onze aankomst stond ook de zoon van Fons op de parking, zij zouden met hun kind ook naar de zee gaan. Fons moest nog even bellen met zijn Grietje om door te geven met hoeveel wij waren, ja, als je zo wat eters op uw dak krijgt, dan moet je goed voorzien zijn.
En we zijn weg, het was redelijk druk op de weg, gelukkig moesten we maar tot Gent, vanaf daar zouden we over gewone wegen rijden. Voordat we aan de gewone wegen begonnen, toch maar even stoppen op de autoweg voor een tas koffie, want om 9u.zullen we nog niet veel openvinden naast de nationals. Wie lopen wij daar tegen het lijf, de zoon van Fons.
Dan maar koffie bestellen, verdorie, wat zien die koffiekoeken er toch lekker uit, mijn goed karakter zegt, blijf daar af, mijn slecht jongen koop er een, je leeft maar een keer. En voor de zoveelste keer heeft mijn slecht karakter gewonnen, maar ik heb er geen spijt af.
Na de koffie, rijden over Vlaamse wegen. We passeren hierbij Deinze, Dentergem, Oostrozebeke, Lendelede, Ledegem tot in Zillebeke. We rijden hier werkelijk door Flanders Fields, man wat heeft België toch mooie gebieden om met de motor te rijden.
In Zillebeke staan we aan Hill 60, onze eerste stopplaats. Ik ben gefascineerd door de tweede wereldoorlog, maar ben stilaan toch ook geboeid geraakt door de eerste wereldoorlog.
De eerste wereldoorlog was een waanzins oorlog, terwijl dat de tweede wereldoorlog een tactische-technische oorlog was.
Hill 60 is bekend geworden omdat deze heuvel ondergraven was, den Duitser had daar bunkers en dus uitkijkposten staan met geschutskoepels. De Canadese Tunneling Company is vanuit richting Yper beginnen graven en heeft in juli 1916 24.290 kg springstof geplaatst onder de heuvel. De ontploffingen van de springstof zou het leven gekost hebben aan 687 mannen van de 204de Duitse Devisie. De grond waar wij op staan is dus een groot natuurlijk kerkhof, om even stil van te worden.
Het was intussentijd middag en onze magen begonnen te werken, gelukkig was er vlak aan Hill 60 een taverne. We zaten daar goed in het zonnetje en hebben daar een lekkere toast genuttigd.
Na het eten moesten we echter verder, want er stond nog veel op het programma, dus starten van de motoren en verder. Het was intussentijd goed warm aan het worden, want een verschil tegen de morgend.
We zijn op weg naar Zonnebeke, naar Tyne Cot Cemetery. Tyne Cot is de grootste militaire begraafplaats op het Europese vasteland en telt bijna 12000 garfstenen. De achterzijde van Tyne Cot bestaat uit een muur met 35000 namen van vermiste soldaten, die ooit allemaal vertrokken zijn vnauit Yper en onder de Menenpoort gegaan zijn. Een van de bekendste graven is dit van de Australische kapitein Clarence Smith Jeffries die het Victoria Cross kreeg voor zijn heldenmoed, de hoogste Engelse militaire onderscheiding. Hij gaf zijn leven en spaarde daarmee verschillende andere levens, hij was 23 jaar.
De begraafplaats is omgeven door een muur van silexkeien (flintstones) die gebroken zijn en zo opgebouwd, deze zijn ingevoerd uit een bepaalde streek in Engeland.
We zijn ook in het bezoekerscentrum geweest, wel eens de moeite waard om te bekijken.
Als je dit kerkhof bekijkt en de ouderdom van de soldaten, dan zie je pas hoe waanzinnig die oorlog was.
Het is intussentijd wel echt warm geworden, tijd om iets lichter aan te doen, want de zon bakt.
Motoren starten en op weg naar Essex Farm Cemetery, dit is bijna halfweg tussen Ieper en Boezinge, we passeren hierbij Flanders industriezone, waar ooit Lernout en Hauspie gevestigd waren, een zwarte plek voor sommige landgenoten.
Essex Farm was een boerderij, deze lag direct aan de Britse frontlijn. Deze boerderij en de velden daar rond werden gebruikt als verbandplaats tot in 1917. Op het bijhorende kerkhof ligt waarschijnlijk de jongste soldaat Strudwick Valentine Joe 15 jaar.
Op dezelfde plaats was er intussentijd een bunker-veldhospitaal gebouwd en een van de dokters was John McCrae. Deze dokter schreef het wereldbekende gedicht IN FLANDERS FIELDS. Sindsdien is de klaproos het teken van de eerste wereldoorlog. John McCrae stierf niet op het veld of verwondingen maar door een long-en hersenvliesontsteking bijna op het einde van de oorlog. Hij werd met volle eer begraven te Wimereux, hij werd 41 jaar.
Op weg naar Langemark-Poelkapelle passeren we het verzoeningskruis. Op deze plaats werd de eerste gasaanval uitgevoerd, wat de gevolgen daarvan zijn dat hoef ik niet uit te leggen.
In Langemark vinden we het studentenfriedhof, op deze plaats ligt een groot stuk intelligentie van Duitsland. Een van de laatste hopeloze pogingen van den Duits was het inzetten van jonge officieren. Zij werden rechtstreeks van de universiteit geplukt zonder enige militaire ervaring, dit was puur kanonenvlees.
We rijden verder richting Vladslo waar het Praetbos is. In dit Praetbos ligt het soldatenfriedhof Vladslo. Op deze begraafplaats staat het treurende echtpaar van Käthe Kollwitz een internationaal bekend kunstwerk. Hun zoon Peter ligt er begraven hij was Musketier.
Hier geen helden, geen roem zoals op andere kerkhoven, alleen een veelzeggende stilte, een stille aanklacht.
Spijtig genoeg zijn we in Vladslo niet kunnen stoppen bij gebrek aan benzine, mijn bak was bijna leeg, bij navraag moesten wij verplicht rijden naar Diksmuide. Was ik blij dat ik een benzinestation zag. Na het tanken zijn we dan verder gereden langs de vredestoren en de dodengang die gelegen is naast de ijzer. De Belg en den Duits heeft nooit zo kortbij gezeten als op deze plaats, ze konden elkaar in de ogen kijken.
Zo zijn we verder gereden langs de ijzer, dit was weer een mooi stukje, zo langs het water.
Uiteindelijk zijn we dan aanbeland in Nieuwpoort waar ooit de sluizen opengezet zijn, waardoor alles onder water liep en den Duits tot stoppen gebracht werd.
Hier kijkt koning Albert I toe van op zijn paard naar zijn troepen, hij was de koning die bij zijn soldaten bleef, de koning strijder, daar kunnen zijn nakomelingen nog wat van leren.

We zijn dan aangekomen in Middelkerke waar ons een warm ontvangst wacht.
Griet stond ons al op te wachten op haar balkon. We hebben ons dan maar gesetteld op het terras en in het salon, ja wat wil je met dit warm weer.
Onder een verfrissing en een sangria voor de vrouwen hebben we genoten van de rust.
Grietje heeft haar woord gehouden, die had daar een buffetje voorzien, met alles wat lekker is, man, wat was dat lekker en verfrissend. En als extra had ze nog een kaasschotel voorzien, spijtig dat ik naar huis moest, want hier nog een lekker wijntje bij, dan was het top.
Griet nog eens bedankt voor uw goede zorgen.
Rond 19.00u. was het toch tijd om naar huis te rijden, motoren starten en weg.
We wisten natuurlijk niet dat we nog in een enorme drukte zouden komen, het was het Belgische kampioenschap voor profs in de buurt van Brugge, met als gevolg de autoweg stampvol. Slingeren tussen de auto’s door van aan de zee tot in Gent, dit was het enige minpunt van de dag, voor de rest was het weer een prachtdag met de vrienden onderweg.
Wat kan het leven toch mooi zijn.
T. Wilfried
|